 |
Deze site gebruikt de meest recente Flash Player om het menu weer te kunnen geven.
Installeer daarom gratis
de
Adobe Flash Player
|
 |
 |
 |
De Westhoek van Schouwen-Duiveland is
het gebied, waar de liefhebbers van zon en zee in groten getale naar toe
komen. Dat is niet verwonderlijk, want ook de vro egste bewoners van
Schouwen deden dat. In de strook waar de duinen overgaan in de polder, de
duinzoom, woonde men veilig voor stormvloeden, er was zoet water vanuit de
duinen en van de vrij vlakke binnenduinen kon bouwland gemaakt worden.
Renesse wordt dan ook al in 1226 op een oorkonde genoemd. De heer van
Renesse woonde er op Slot Moermond, de bevolking in het typische ringdorp:
een ronde brink, de kerk in het midden, de huisjes er omheen gebouwd.
De naam Renesse is afgeleid van riet
en nes (neus). Er was dus een stuk land, dat als een neus een eindje de
zee in stak en met riet was begroeid.
De oudst bekende naam is dan ook Riethnesse. De inwoners, die spottend "zandloapers" werden genoemd, hadden
het over Renisse.
Een tweede spotnaam was "geitebokken", want vrijwel
iedereen hield hier in vroeger tijden geiten. Het was de "koe van de arme
man". En armoe was troef in de Westhoek.
Al vroeg in de 20e eeuw kwamen de
eerste badgasten. Ze vonden hier rust en stilte. We treffen er bekende
namen bij als Albert Plesman en Anton Pieck. De eerste zomerhuisjes werden
gebouwd, natuurlijk vlak bij het strand.
Tijdens de watersnoodramp van 1953
bleef Renesse droog en vingen de bewoners veel eilandgenoten als evacué
op.
Na de ramp, toen Schouwen-Duiveland
een schiereiland werd door de dammen van het Deltaplan, breidde het
toerisme zich sterk uit en werden bungalowparken aangelegd. Veel fruit- en
boerenbedrijven werden omgevormd tot campings, die elk jaar, meegaand met
de eisen van de tijd, luxer werden.
Maar in voor- en najaar kan men er nog
steeds de rust vinden. De ruimte is er nog altijd met prachtige stranden,
uitgestrekte duinen en oneindige polders.
Zo is Renesse een badplaats geworden,
waar jong en oud zich thuis voelen.
Redactionele bijdrage : J.H. Blom, Renesse
|
 |
 |
 |
|
 |
 |