Najaarsconcert Het Zeeuws Orkest met Cora Dellebeke, slagwerk

Programma: Ravel Le tombeau de Couperin – Suite d`orchestre Milhaud – Concerto voor percussie en klein orkest Prokofjev – Symfonie nr. 1 – de “Klassieke” Mendelssohn – Symfonie nr. 4 – de “Italiaanse” Chef-dirigent Ivan Meylemans Maurice Ravel (1875 – 1937) – Le tombeau de Couperin, Suite d`orchestre Ravel schreef het stuk oorspronkelijk voor piano en maakte er later een orkestversie van. Het werk ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog. De componist, die op zijn 20ste was afgekeurd voor militaire dienst, wilde uit alle macht zijn vaderland dienen en werd als ambulancechauffeur naar het front gestuurd. Daar componeerde hij verder aan “een Franse suite”. Met de verschrikkingen van de oorlog op zijn netvlies droeg Ravel elk deel van de suite op aan een gesneuvelde vriend. Maar een droevige klaagzang is het stuk niet geworden. Zelf sprak de componist van “een soort van hommage, niet zo zeer aan Couperin zelf maar aan de muziek van het 18de-eeuwse Frankrijk.” De Prelude roept met zijn sierlijk voort- dansende nootjes de sfeer van het hof op. In de Forlane zet Ravel de galante muziek van Couperin naar zijn eigen 20ste-eeuswe hand. Hobo en fluit zingen de melodie in het Menuet. Het uitbundige Rigaudon heeft een pastoraal middendeel. Darius Milhaud (1892-1974) – Concerto voor percussie en klein orkest Concerto Pour Batterie et Petit Orchester (Concerto voor percussie en klein orkest), voltooid in 1930, is een belangrijke maatstaf in de percussie wereld. Dit concerto is het eerste in zijn soort, gebruikmakend van een multi-percussiestijl-opstelling met meer dan twintig hout-, metaal- en membraaminstrumenten uitgevoerd door één speler. Het stuk vereist dat de solist volledig omringd wordt door instrumenten, waaronder vier pauken, tom-toms, cimbalen en hangende cimbalen, een basdrum met een cimbaal-bevestiging op een voetpedaal, castagnetten, ratel, slapstick, driehoek, koebel, tamboerijn en houten blok. Naast de percussie vraagt de partituur vier violen, twee altviolen, twee cello’s, een contrabas, twee fluiten, twee klarinetten, een trompet en een trombone. Het Concerto is opmerkelijk, niet vanwege de ritmische virtuositeit van zijn solostuk, maar eerder vanwege de eisen die het stelt aan de solo-percussionist om eenvoudig door alle instrumenten te navigeren. Prokofjev (1891-1953) – Symfonie nr. 1 “Klassieke”. Prokofjev schreef zijn Klassieke symfonie tegelijkertijd met zijn eerste vioolconcerto, nl. in de zomer van 1917. Aanvankelijk was het zijn bedoeling om “een componeeroefening zonder piano” te maken, maar uiteindelijk wilde hij het evenwicht en de geest van Haydn weer ophalen, met de typische orkestbezetting van een symfonie uit de achttiende eeuw. Prokofjev koos zelf voor de titel ‘Klassieke’, zowel om de conservatieve kritiek uit te dagen als in de hoop dat het werk een echte klassieker van het repertoire zou worden. Het was onmiddellijke een internationaal succes. Zoals het hoort, bestaat de symfonie uit vier delen. Ze begint met een Allegro in de traditionele sonatevorm, met achtereenvolgens twee thema’s. En toch is er geen twijfel mogelijk dat het hier gaat om de schriftuur van een 20e-eeuwse componist: bepaalde harmonieën, bepaalde trekken in de orkestratie en de ritmische vitaliteit die zo kenmerkend zijn voor Prokofjev, zijn duidelijk aanwezig. Ondanks de aanduiding Larghetto, lijkt het tweede deel volledig op een menuet: daarvoor zorgen het ritme, het tempo en de maatsoort. Ook de vorm, met de afwisseling van een ‘trio’, doet aan deze dansvorm denken. Het derde deel is het beroemdste uit dit werk: het is een Gavotte, een dans die Prokofjev bijzonder waardeerde omwille van zijn ritmische precisie. In de Finale, een rondo-sonatevorm, keren we terug tot de bezieling en de vrolijke opwinding die de geest en het karakter van het eerste deel uitmaken. Het derde thema van deze finale is het meest karakteristieke en herinnert aan de Russische volksmuziek. Mendelssohn (1809-1847) – Symfonie nr. 4 Mede door zijn moeder gestimuleerd, verbleef Felix Mendelssohn Bartholdy regelmatig in het buitenland. Dit vooral om aan verschillende culturen te proeven en de talen te leren. Later zou hij op eigen houtje Italië en Schotland bezoeken. Deze twee landen inspireerden hem tot het schrijven van twee symfonieën: De Italiaanse- en de Schotse symfonie. Op zijn reizen de beginjaren dertig zou de componist kennismaken met verschillende grootheden uit de muziek. Zo ontmoette hij Berlioz in Italië en Liszt en Chopin in Parijs. Vanzelfsprekend werden er muzikale ideeën uitgewisseld. De componist waar hij zich nauw aan verbonden voelde was Robert Schumann.De inspiratiebron voor Mendelssohns Vierde symfonie was een verblijf in Italië. Hij genoot van Venetië, Rome, Florence en Napels, vooral van de kunstschatten. De Italiaanse muziek kon hem echter maar weinig bekoren. In een brief aan een vriend schreef hij: ‘Ik heb nog geen noot gehoord die de moeite waard was…´Mendelssohns Italiaanse symfonie kan beschouwd worden als een ansichtkaart uit Italië en geldt als zijn meest gewaardeerde symfonie. Het werk ontstond in 1833, maar werd pas na Mendelssohns dood uitgegeven. De vrolijkheid van het werk, geeft de zorgeloze en zonnige reis weer die de componist in 1830 ondernam. Cora Dellebeke, slagwerk Cora begon al jong met slagwerklessen aan de Zeeuwse Muziekschool bij Jan Anthonisse en behaalde daar de diploma’s A en C. Cora haalde in1990 de diploma’s uitvoerend en docerend musicus aan het conservatorium. Vier keer nam Cora deel aan het KNFM-Topconcours voor solisten en ensembles, waarvan zij twee keer het kampioenschap behaalde. Tijdens haar opleiding aan het conservatorium maakte zij met het Rotterdams Philharmonisch Orkest een wereldtournee naar Amerika, Japan en Korea. Dankzij dit tournee bleef zij vaste remplaçant en speelde ook vele keren bij het Residentie Orkest en slagwerkgroep Den Haag. In het cursusjaar 1994 -1995 volgde Cora met succes de cursus dirigeertechniek van de Bond van Orkestdirigenten bij Jos van der Sijde. Sinds 1991 geeft Cora slagwerklessen bij muziekvereniging OKK te Westkapelle waar zij tevens een eigen slagwerkgroep leidt. Vanaf september 2016 dirigeert ze ook de brassband van OKK. Sinds 2012 verzorgt zij de slagwerklessen bij muziekvereniging Crescendo te Dreischor en leidt ze hier het slagwerkensemble Crescbeat. Vanaf 1986 is Cora lid van het Zeeuws Orkest en bespeelt daar de pauken, tevens speelt ze mee in het Zeeuws kamerorkest TY en maakt ze deel uit van het Rosewood Marimba Quartet. Van 2010 tot eind 2012 dirigeerde Cora brassband Caecilia uit Vlissingen. Vanaf 2010 is Cora dirigent van fanfare “ONDA” uit Nieuw- en Sint Joosland en het jeugdkorps van deze vereniging “Jong ONDA”. In 2012,2013 en 2016 nam ze deel aan een masterclass directie met Orkest Zuid o.l.v. Jos van de Braak. In januari 2015 volgde ze een masterclass directie lichte muziek bij de Marinierskapel der Koninklijke Marine o.l.v. Majoor Peter Kleine Schaars en Joan Reinders. Sinds oktober 2010 volgt ze directielessen bij Anno Appelo, hij is tevens haar mentor/coach. In Het Zeeuws Orkest is Cora voorzitter van de Artistieke Commissie van het Zeeuws Orkest.

Kerkplein 1
4301 EE Zierikzee
15-11-2019

0118-628204

Pin It on Pinterest

Share This